Nierstenen voorkomen: welke voeding en hoeveel drinken verlaagt echt de kans op herhaling?

4 augustus 2026
by
5 mins read
Een groot glas water naast een gezonde maaltijd als onderdeel van nierstenen voorkomen

Je lag een tijdje geleden dubbel van de pijn, de niersteen is inmiddels weg, en je arts gaf je het advies meer te drinken. Maar wat betekent ‘meer’, wat moet je eten of juist laten staan, en hoe groot is de kans dat dit gewoon opnieuw gebeurt? Die kans is groter dan de meeste mensen denken: bij wie eenmaal een niersteen heeft gehad, krijgt meer dan de helft binnen tien jaar een tweede. Welke voeding en hoeveel vocht je nodig hebt om dat te voorkomen, hangt sterk af van het type steen dat je had. Dit artikel legt uit wat er per steentype echt verschil maakt.

De herhaalfout: meer water drinken is niet genoeg zonder te weten wat je had

Veel mensen denken na een niersteen: ik drink voortaan gewoon meer. Dat helpt zeker, maar het is niet voldoende als je niet weet welk type steen je had. Iemand met urinezuurstenen heeft andere voedingsadviezen nodig dan iemand met calciumoxalaatstenen. Wie dat onderscheid overslaat en alleen water toevoegt aan een verder ongewijzigd dieet, mist de kern.

Vraag je huisarts of uroloog daarom altijd: welk type steen was het? Als de steen is opgevangen en geanalyseerd, staat dit in je dossier. Is er geen steenanalyse gedaan, dan is een 24-uurs urineonderzoek de volgende stap. Daarin zie je hoeveel oxalaat, calcium, urinezuur, citraat en andere stoffen je per dag uitscheidt. Nederlandse nefrologen gebruiken dit onderzoek standaard als startpunt voor persoonlijk advies.

De vier steentypen en hun eigen logica

Verreweg de meeste nierstenen (zo’n tachtig procent) bestaan uit calciumoxalaat. Daarnaast bestaan er urinezuurstenen, calciumfosfaatstenen en struvietstenen. Elk type vraagt een andere benadering.

  • Calciumoxalaat: meest voorkomend, sterk beïnvloedbaar door oxalaatinname, calciumbalans, zout en dierlijk eiwit.
  • Urinezuur: ontstaat bij een te zure urine. Minder vlees, minder alcohol en een hogere urine-pH zijn hier de sleutel.
  • Calciumfosfaat: ontstaat juist in te alkalische urine en vraagt soms een andere aanpak dan calciumoxalaat, ondanks de overeenkomstige naam.
  • Struviet: hangt samen met herhaalde urineweginfecties en is eerder een medisch dan een voedingsvraagstuk.

Dit artikel focust op calciumoxalaat en urinezuur, omdat die verreweg het vaakst voorkomen en het meest beïnvloedbaar zijn via voeding.

Hoeveel drinken is echt genoeg?

Het doel is niet een aantal glazen per dag, maar een urinevolume van 2 tot 2,5 liter per etmaal. Dat is meer dan de meeste mensen spontaan produceren. Om dat te bereiken, moet je ruwweg 2,5 tot 3 liter vocht per dag innemen, afhankelijk van transpiratie, temperatuur en lichaamsgewicht. In een warme zomer zoals deze, met temperaturen die in Nederland regelmatig boven de dertig graden uitkomen, schiet je dat doel zonder extra aandacht gemakkelijk voorbij.

Welke dranken tellen mee? Water is de beste keuze. Koffie en thee (zonder suiker) tellen ook mee voor het vochtvolume, ondanks de lichte vochtafdrijvende werking van cafeïne. Suikerhoudende frisdranken zijn af te raden, zeker cola: fructose verhoogt de oxalaatuitscheiding en fosforzuur verlaagt de urine-pH. Alcohol werkt vochtafdrijvend en verhoogt urinezuurproductie. Limonade op basis van citroensap is een nuttige uitzondering, maar daar meer over verderop.

Het calciumoxalaatmisverstand: schrap calcium juist niet

Veel mensen met calciumoxalaatstenen denken: ik moet minder calcium eten. Logisch geredeneerd, maar onjuist. Calcium dat je via voeding binnenkrijgt, bindt in de darmen aan oxalaat en voorkomt juist dat oxalaat via de urine wordt uitgescheiden. Wie calcium schrapt, absorbeert meer oxalaat, en dat oxalaat belandt in de urine. Precies wat je niet wil.

De aanbeveling: eet normaal tot voldoende calcium via zuivel, peulvruchten of calciumrijke groenten. Twee tot drie porties zuivel per dag is voor de meeste volwassenen een goed vertrekpunt. Calciumsupplementen zijn een ander verhaal: die worden niet op hetzelfde moment als maaltijden ingenomen en kunnen de calciumuitscheiding wél verhogen. Gebruik supplementen alleen op advies van een arts.

Oxalaatrijke voeding: slim combineren, niet schrappen

Spinazie, rabarber, bietjes, noten en chocolade bevatten veel oxalaat. Dat betekent niet dat je ze nooit meer mag eten. Het betekent dat je ze bij voorkeur combineert met een calciumbron, zodat de binding in de darm plaatsvindt. Een handje walnoten bij een glas melk is slimmer dan noten als tussendoortje op een lege maag. Grote hoeveelheden oxalaatrijke voeding op één moment zijn wel iets om te vermijden, zeker als je weet dat je hoge oxalaatuitscheiding hebt in je urine.

Zout: de onderschatte boosdoener

Een hoge natriuminname verhoogt de calciumuitscheiding in de urine. Dat mechanisme is goed gedocumenteerd: de nier ‘dumpt’ calcium samen met natrium. Wie veel zout eet, zet daarmee onbedoeld meer calcium in de urine. Voor mensen met calciumoxalaat- of calciumfosfaatstenen is zoutbeperking een van de meest effectieve dieetmaatregelen. Het advies: minder dan zes gram keukenzout per dag. In de praktijk betekent dat: minder bewerkte voeding, minder kant-en-klaarmaaltijden en bewust omgaan met zout in de keuken.

Dierlijk eiwit: hoeveel is te veel?

Veel vlees, vis en gevogelte verhoogt de uitscheiding van urinezuur, oxalaat en calcium in de urine. Tegelijk daalt het citraat in de urine, wat ongunstig is omdat citraat steenvorming remt. De richtlijn die nefrologen hanteren: beperk dierlijk eiwit tot ongeveer 0,8 tot 1 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Voor iemand van tachtig kilo is dat 65 tot 80 gram eiwit uit dierlijke bronnen. Dat staat gelijk aan één matig stuk vlees of vis per dag, gecombineerd met een beperkte hoeveelheid zuivel.

Urinezuurstenen: denk aan pH en purines

Urinezuur kristalliseert bij een lage urine-pH, dus een zure urine. De oplossing zit deels in voeding: minder purinerijke producten zoals orgaanvlees, rood vlees, schaaldieren en bier verlagen de urinezuurproductie. Maar ook de zuurgraad van de urine zelf is te beïnvloeden. Meer groenten en fruit verhogen de urine-pH. Citroensap, bicarbonaatrijke mineraalwaters en soms medicatie (zoals kaliumcitraat) helpen de urine minder zuur te maken. Je huisarts of internist kan de urine-pH laten meten en beoordelen of medicamenteuze ondersteuning nodig is.

Citroensap: het klopt, maar doseer realistisch

Citraat remt de vorming van calciumoxalaatkristallen doordat het calcium in de urine bindt voordat het met oxalaat kan reageren. Citroensap bevat citroenzuur, dat in het lichaam wordt omgezet naar citraat. De onderbouwing is er. De realistische dosering: sap van twee tot drie citroenen per dag, eventueel verdund in water. Flessenlimonade op citroenbasis werkt ook, mits suikerarm. Dit is geen wondermiddel dat alle andere adviezen overbodig maakt, maar een nuttige aanvulling voor mensen met lage citraatwaarden in hun urine.

Een praktisch eet- en drinkpatroon

Stel je voor: je bent een 45-jarige man uit Utrecht die in het voorjaar zijn eerste calciumoxalaatsteen had. Je 24-uurs urineonderzoek laat hoge oxalaatuitscheiding en laag citraat zien. Een doordeweekse dag zou er dan zo uit kunnen zien:

Ochtend: glas water bij het opstaan, yoghurt met wat fruit als ontbijt. Koffie mag, maar wissel af met water. Middag: een broodbelegde maaltijd met kaas of ei, een glas water of verdund citroensap. Geen zoutrijke snacks. Avond: een warme maaltijd met een matig stuk vlees of vis, ruim groenten (ook oxalaatrijke groenten mogen, gecombineerd met zuivel of andere calciumbron), en nog een groot glas water. Tussendoor: minimaal één tot twee extra glazen water, zeker op warme dagen. Geen cola of suikerhoudende frisdrank.

Het doel is niet obsessief bijhouden, maar een patroon dat je kunt volhouden zonder dat elke maaltijd een rekensom wordt.

Wanneer is dieet niet genoeg?

Sommige mensen blijven stenen vormen ondanks goed dieetgedrag. Dat kan komen door erfelijke factoren (zoals primaire hyperoxalurie of hypercalciurie), bepaalde darmaandoeningen die de oxalaatabsorptie verhogen, of een hormonale oorzaak zoals een bijschildklierprobleem. Als je na aanpassing van je voeding en vochtinname nieuwe stenen blijft vormen, is terugkeer naar de nefroloog of uroloog de volgende stap. Medicatie zoals thiazidediuretica (bij hoge calciumuitscheiding), kaliumcitraat (bij laag citraat of urinezuurstenen) of allopurinol (bij hoge urinezuurproductie) is dan soms aangewezen.

Weten welk type steen je had, is het vertrekpunt. Meer drinken helpt altijd, maar de grootste winst zit in aanpassingen die passen bij jouw specifieke situatie. Vraag je arts om de uitslag van de steenanalyse als die er nog niet is, en informeer of een 24-uurs urineonderzoek voor jou zinvol is. De praktische stappen die daaruit volgen, zijn behapbaar: voldoende vocht, minder zout en dierlijk eiwit, gewoon calcium blijven eten, en letten op slimme combinaties in een maaltijd. Dat is geen streng dieet, maar een gerichte aanpak die de kans op herhaling aantoonbaar verlaagt.

Voeten in sandalen op een zonnige zomerdag
Previous Story

Voeten verzorgen in de zomer: welke klachten komen vaker voor en hoe voorkom je blaartjes en schimmelinfecties?

Boodschappen op een keukentafel, met eenvoudige en betaalbare basisproducten zoals groenten, eieren en peulvruchten
Next Story

Gezond eten met een bijstandsuitkering: wat is haalbaar en waar vind je hulp bij voedselzekerheid in Nederland