Veelgestelde vragen
-
Hoe kan ik mijn gegevens aanleveren in de ZiZo-portal VVT?
Aan de rubriek ZiZo-portal VVT is een speciale rubriek Veelgestelde vragen toegevoegd. Hier vindt u antwoord op een aantal veelgestelde vragen over de ZiZo-portal, de concerninrichting en de invoertool.
-
Ik heb alle kwaliteitsgegevens aangeleverd zoals de bedoeling was; waarom krijg ik voor registratiebetrouwbaarheid toch een oranje vlag?
De signaalvlag wordt niet aan uw OE gegeven maar aan de indicator in het algemeen:
het is geen oordeel over de wijze waarop u uw gegevens heeft aangeleverd, maar een oordeel over de mogelijkheid voor het juist aanleveren van de gevraagde gegevens.De signaalvlag voor registratiebetrouwbaarheid:
is bepaald op het niveau van de indicator en niet op het niveau van een individuele organisatie-eenheid. Dit houdt in dat elke OE dezelfde kleur vlag krijgt per indicator. De kleur van een signaalvlag wordt bepaald door de eenduidigheid van de definities, de gehanteerde meetinstrumenten en uniforme registratiesystemen. -
Waarom wordt de vlag teruggekoppeld op het niveau van de indicator?
De signaalvlag voor inhoudsvaliditeit zegt iets over de indicator:
wordt er daadwerkelijk gemeten wat men beoogt te meten?
Het antwoord hierop is voor iedere OE gelijk omdat de indicator voor iedere OE gelijk is.De registratiebetrouwbaarheid wordt ook teruggekoppeld op het niveau van de indicator. De kleur van een signaalvlag wordt bepaald door de eenduidigheid van de definities, de gehanteerde meetinstrumenten en uniforme registratiesystemen. Er wordt hier dus niet gekeken naar welk systeem een individuele zorgaanbieder gebruikt om zijn gegevens te registreren.
-
Wat is de landelijke trend in de signaalvlaggen?
Omdat beide vlaggen die in het prestatieoverzicht zijn teruggekoppeld op het niveau van de indicator zijn hebben alle OE’s dezelfde vlaggen bij de indicatoren.
Wat er teruggekoppeld wordt in de prestatieoverzichten is derhalve het landelijke beeld.
-
De indicator heeft geen groene vlag voor registratiebetrouwbaarheid; betekent dit dat ik de mening niet kan vertrouwen?
De kleur van de signaalvlaggen voor registratiebetrouwbaarheid wordt bepaald door de eenduidigheid van de definities, de gehanteerde meetinstrumenten en uniforme registratiesystemen.
Dat de signaalvlaggen voor registratiebetrouwbaarheid niet vaak groen zijn, signaleert dat bijvoorbeeld de definities en/of de gebruikte meetinstrumenten nog niet volledig eenduidig zijn. Maar ook dat in de sector VV&T over het algemeen nog weinig gebruik gemaakt wordt van bronsystemen (zoals het elektronisch cliënten dossier) voor het verkrijgen van de kwaliteitsgegevens.
Oranje en rode vlaggen
geven aan dat er beperkingen in het gebruik van de data zijn en signaleren mogelijkheid tot verbeterslagen, voor nog betrouwbaardere kwaliteitsgegevens. -
Hoe worden de kleuren van de signaalvlaggen voor inhoudsvaliditeit en registratiebetrouwbaarheid bepaald?
De criteria zijn door een extern bureau voor iedere indicator afzonderlijk bepaald. Voor het bepalen van de inhoudsvaliditeit heeft dit bureau:
- een analyse gedaan van bestaande documenten aangaande het kwaliteitskader Verantwoorde Zorg, zoals een inhoudelijke evaluatie van de set uit 2009 door een ander extern bureau.
- De bevindingen zijn getoetst aan een inhoudelijke groep met experts in de VVT zorg.
Voor de signaalvlag registratiebetrouwbaarheid zijn:
- dezelfde documenten geanalyseerd en zijn adviezen gebruikt van een apart opgerichte focusgroep registratiebetrouwbaarheid.
- In deze focusgroep adviseerde kwaliteitsmedewerkers van verschillende zorgaanbieders over de registratiebetrouwbaarheid.
-
Wat zijn signaalvlaggen?
Signaalvlaggen:
geven aan in welke mate een indicator voldoet aan methodologische kwaliteitseisen. Voor de indicatoren van de VVT zijn er momenteel twee van deze criteria bepaald: inhoudsvaliditeit en registratiebetrouwbaarheid.Inhoudsvaliditeit: de relatie tussen de geleverde zorg (of het ontbreken daarvan) en de zorguitkomsten bij de cliënt is duidelijk. Voor uitkomstindicatoren betekent dit dat is aangetoond dat de gemeten uitkomst beïnvloedbaar is door de zorgaanbieder(s) waar de indicator betrekking op heeft. Voor structuur- en procesindicatoren betekent dit dat is aangetoond dat de gemeten structuur of processen ook daadwerkelijk de gewenste zorguitkomsten beïnvloeden.
Registratiebetrouwbaarheid: het proces van meten, registreren, aanleveren en verwerken van de voor de indicator benodigde gegevens tijdig, juist, volledig en uniform en zonder systematische meetfouten gebeurd.
-
Wat betekenen de kleuren van de signaalvlaggen?
Klik hier voor het overzicht met uitleg over de kleuren van de signaalvlaggen.
-
Hoe blijf ik op de hoogte van de laatste informatie?
U kunt zich aanmelden voor onze Nieuwsbrief.
-
Wat is precies gewijzigd?
In het overzichtsdocument van de wijzigingen op de pagina ‘Documenten’ kunt u zien wat er precies gewijzigd is in de Zorginhoudelijke Indicatoren.
Betreffende de CQ-index zijn op delen de vragenlijsten ingekort en zijn vragen aangepast. -
Hoe zijn de wijzigingen tot stand gekomen?
Op basis van signalen uit het veld en van de achterbannen van de stuurgroeppartijen, een praktijktest met experts uit het veld en een uitvoerige evaluatie door Mediquest zijn wijzigingen voorgesteld ter verbetering van het kwaliteitskader. De adviezen van de experts uit het veld en vanuit de methodologie & statistiek zijn verwerkt tot een verbeterde set. Op delen bleek het moeilijk om tot consensus te komen, bijvoorbeeld over het gebruik van de scores voor interne verbetering en/of externe verantwoording, de gekozen definities, de teksten bij de toelichting en onderbouwing. Hierdoor heeft de besluitvorming vertraging opgelopen. Half maart 2010 is de definitieve set vastgesteld en opgeleverd. Inmiddels kunt u aan de slag met de metingen.
-
In hoeverre blijven de nieuwe resultaten te vergelijken met resultaten uit voorgaande jaren?
Indicatoren waarin geen grote wijzigingen hebben plaatsgevonden blijven als vanzelfsprekend goed vergelijkbaar. Een verandering in de definitie van een indicator heeft wel als gevolg dat de resultaten met voorgaande jaren niet meer 1 op 1 vergelijkbaar zijn. Nieuw toegevoegde en weggevallen indicatoren hebben ook als gevolg dat de resultaten niet vergelijkbaar zijn met eerdere resultaten.
-
Waarom zijn vragen voor interne verbetering verplicht?
Deze vragen voor interne verbetering dienen verplicht te worden ingevuld. De onderbouwing hiervoor is dat de informatie die hieruit voortkomt van belang is voor de instelling. De instelling kan hierdoor beter sturen op interne verbetering. Deze informatie wordt ook gebruikt door ActiZ in de terugkoppeling van interne rapportages. NB: De informatie wordt niet doorgeleverd naar Kiesbeter.nl of het Jaardocument.
-
Hoe kunnen de zorgverleners die de metingen uitvoeren de vragen eenduidig interpreteren?
Voor het eenduidig interpreteren van de vragen en antwoorden is een duidelijke instructie van groot belang. Hiervoor kunt u gebruik maken van het handboek op de pagina ‘Documenten’. In dit handboek zijn achtergronden en uitgebreide toelichtingen opgenomen. Bovendien wordt verwezen naar standaarden en richtlijnen die goed van pas kunnen komen bij interpretatie van de vragen.
-
Waarom moeten meetgegevens in een periode van 3 maanden verzameld zijn?
De eerste en de laatste meting mogen niet langer dan 3 maanden uit elkaar liggen. Dit speelt vooral als de metingen met een ECD worden verzameld, omdat dan geen sprake is van een meetdag maar van een meetperiode. Er moet dan een periode van maximaal 3 maanden worden afgesproken.
-
Hoe ziet het meetjaar van 2010 eruit? Let op: laatste aanleverronde 2010 sluit op 15 januari 2011!
Op dit moment kunt u beginnen met de metingen. We raden u aan voordat u begint het Handboek VV&T door te nemen. Het handboek en de registratieformulieren zijn beschikbaar op de website van Zichtbare Zorg (Kwaliteitsindicatoren > Zorginhoudelijke indicatoren).
Het is hierbij van belang dat u de gegevens binnen een periode van 3 maanden verzamelt. De begindatum en einddatum van uw registratie mogen niet verder dan 3 maanden uit elkaar liggen.
Wanneer u alle gegevens verzameld hebt kunt u deze op een door u gewenst moment aanleveren. Dit kan sinds 16 augustus 2010 via de vernieuwde ZiZo-portal VVT. Meer informatie hierover vindt u op de pagina ZiZo-portal VVT.
De eerste aanleverronde is 15 september jl. gesloten. De tweede aanleverronde sluit op 15 januari 2011. -
Wanneer is de uiterste aanleverdatum voor meetjaar 2010?
De laatste aanleverdatum voor meetjaar 2010 is 15 januari 2011. Op 15 januari 2011 sluit de ZiZo-portal VVT en worden uw gegevens over meetjaar 2010 niet meer geaccepteerd. Deze gaan dan niet meer in de verwerkingsronde. Wegens het ontbreken van gegevens ontvangt u vervolgens geen prestatie-overzicht en kunt u deze niet publiceren op www.kiesBeter.nl en in het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording. Zorg er dus voor dat u ruim van tevoren start met het aanleveren van gegevens.
-
Indien in de thuissituatie de functie begeleiding en persoonlijke verzorging door aanbieder X wordt geleverd en functie verpleging door de eigen organisatie wordt geleverd: bij welke aanbieder wordt de cliënt dan meegenomen in de meting?
Als er sprake is van hoofd- en onderaannemerschap, dan is de hoofdaannemer verantwoordelijk voor de metingen. Als het goed is zijn daar afspraken over gemaakt in de contractering. Als er twee afzonderlijke zorgaanbieders tegelijkertijd over de vloer komen, dan moeten die in principe allebei hun metingen doen. Het is dan uiteraard ingewikkeld om vast te stellen wiens kwaliteit er nu eigenlijk gemeten wordt.
-
Hoe interpreteer ik de prestatie-index in de prestatieoverzichten?
Op basis van de samenstelling van de populatie van de instelling en de landelijke gemiddelden van vergelijkbare instellingen wordt in de casemix-procedure het verwachte percentage berekend. Door het ruwe percentage te delen door het verwachte percentage wordt gekomen tot de prestatie-index.
Alle scores zijn relatief ten opzichte van het gemiddelde van vergelijkbare instellingen. Een lage prestatie-index (<1) betekent in de meeste gevallen dat de instelling het beter doet dan verwacht mag worden op grond van de kenmerken van de instellingspopulatie. Dit hoeft echter nog niet te betekenen dat aan een lage prestatie-index altijd meer dan 3 sterren worden toegekend: als 80% van de instellingen een prestatie-index zou hebben die lager is dan 0,8 dan krijgt u met een prestatie-index van 0,9 toch maar 1 of 2 sterren.
-
Wat in te vullen wanneer een cliënt wel mee wil werken aan metingen ten behoeve van het kwaliteitskader Verantwoorde Zorg VV&T?
Wanneer de cliënt wel mee wil werken wordt niet in het zorgleefplan vastgelegd dat de cliënt niet mee wil werken. Dan kan degene die de registratieformulieren invult dus kiezen voor de optie:
□ Nee, dit is niet vastgelegd -
Wat wordt precies verstaan onder problemen met medicatiegebruik?
Onder problemen met medicatiegebruik kunt u verschillende problemen verstaan. Hieronder vallen onder andere de problemen zoals genoemd in vraag B24:
- medicijn niet gegeven
- verkeerde dosering gegeven
- medicijn op verkeerd tijdstip gegeven
- verkeerd medicijn gegeven
- verkeerde toedieningswijze
Deze lijst is echter niet uitputtend, u kunt bijvoorbeeld ook verkeerd gebruik van medicijnen door de cliënt hieronder verstaan.
-
Wat wordt precies verstaan onder urineretentie?
Urineretentie staat niet gelijk aan urine-incontinentie. Voor meer informatie over urineretentie, zie: http://www.kiesbeter.nl/MEDISCHEINFORMATIE/urineretentie/urineretentie/kosmos/.
-
Hoe wordt gecorrigeerd voor bepaalde doelgroepen in het meten van probleemgedrag?
Bij probleemgedrag wordt al gecorrigeerd op basis van CDS-schalen als Gevaar ontwijken, Leercapaciteit, Contactuele vaardigheden. Doelgroepen waarbij probleemgedrag vaker voorkomt (zoals verslaving/psychiatrie/randgroepouderen) scoren met name op deze kenmerken afwijkend, en worden daarmee ‘ontzien’.
-
Dienen vrijheidsbeperkende maatregelen die op verzoek of met toestemming van de cliënt zijn genomen ook geregistreerd te worden?
Er wordt puur gemeten of er een vrijheidsbeperkende maatregel wordt toegepast los van de redenen om dat te doen. Het gaat dus om de toepassing en niet de reden daarachter.
Er wordt bij alle organisaties op dezelfde manier gemeten. Bij elke organisatie worden dus ook situaties gemeten waarbij het ‘oneerlijk’ lijkt om deze als vrijheidsbeperkend te benoemen. Voorbeelden van deze situaties zijn dat de cliënt de maatregel zelf wil of dat de cliënt fysiek of cognitief niet in staat is om de vrijheidsbeperking zelf op te heffen of dat de maatregel wordt ingezet om decubitus te voorkomen. Bij de landelijke terugkoppeling worden deze situaties naar alle waarschijnlijkheid tegen elkaar weggestreept en hebben daarom geen negatief effect op de uitkomsten. Indien er heel veel van dergelijke situaties zijn binnen een OE kan dit wel effect hebben op de uitkomsten. In dit geval is dat dan ook een indicatie voor kwaliteit. Als binnen een OE namelijk heel veel diepe stoelen en tafelbladen gebruikt worden, is het goed om daar eens dieper in te duiken en de vraag te stellen of toestemming/comfort/voorkomen van decubitus hier wel daadwerkelijk aan de orde is.
De ervaring van de IGZ is dat men zich op een glijdende schaal begeeft wanneer dat soort situaties niet gemeten worden. Dan blijken namelijk haast alle vrijheidsbeperkende maatregelen - al dan niet terecht - om die redenen toegepast te worden en valt er niets meer te meten, terwijl het streven is om ten alle tijde situaties te voorkomen waarin cliënten beperkt worden in hun vrijheid. Het is bekend dat dit grote impact heeft op de kwaliteit van leven.
-
Hoe zit het met cliënten die door lichamelijke beperkingen een vrijheidsbeperkende maatregel niet zelf op kunnen heffen?
Ook wanneer een cliënt bijvoorbeeld door lichamelijke beperkingen het tafelblad niet kan wegschuiven geldt dit als een vrijheidsbeperkende maatregel en dient als zodanig genoteerd te worden.
-
Wat is de definitie van 'diepe stoel'?
Vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen zijn middelen en maatregelen die met of zonder toestemming de bewegingsvrijheid en het gedrag van een cliënt beperken. Onder een 'diepe stoel' wordt verstaan een stoel waar de cliënt niet zelf uit kan opstaan. Het is aan de professional om een inschatting te maken wanneer hiervan sprake is.
-
Per wanneer komen de checklists en voorbeelden voor risicosignalering beschikbaar?
De checklists en voorbeelden voor risicosignalering zijn nog niet beschikbaar. Momenteel wordt een nieuw instrument ontwikkeld. Dit komt naar verwachting in oktober beschikbaar en is primair bedoeld als hulpmiddel en niet als 'standaard'. In het kwaliteitskader Verantwoorde zorg wordt ervanuit gegaan dat de professional in staat is een goede inschatting te maken van risicofactoren die van invloed kunnen zijn op de cliënt. Het is daarom ook aan de professional om te beoordelen wanneer sprake is van verhoogde risico's. Checklists zijn daar slechts een hulpmiddel bij die het handelen van professionals kunnen ondersteunen. Met name als het gaat om een eenduidige en heldere rapportage over de risicosignalering en de opvolging ervan.
Uw organisatie kan daarom gerust doorgaan met uitvoeren en bemeten van de risicosignalering zoals u dat nu al doet binnen uw organisatie.
-
Klopt het dat de meerderheid van de thuiszorgorganisaties voor het eerst indicator 7.1 (Risicosignalering zorgproblemen) meet en er daarom een negatieve score te verwachten is?
Hierbij verwijzen wij naar het Handboek. In de toelichting bij deze indicator is een tip opgenomen hoe met deze situatie om te gaan.
-
Wat te doen met het meten van indicator 7.1 wanneer diagnose van een bepaald zorgprobleem al is vastgesteld?
In het Handboek kunt u het volgende lezen:
- Ook voor cliënten die al meerdere jaren bekend zijn met een bepaald zorgprobleem wordt 2x per jaar structurele aandacht gevraagd voor het signaleren, maar vooral ook het opvolgen van zorgproblemen. In het kader van Verantwoorde zorg wordt minimaal 2x per jaar bekeken of de opvolging van een gezondheidsprobleem de kwaliteit van leven van de cliënt bevordert.
De risicosignalering dient dus ook uitgevoerd te worden voor cliënten die reeds gediagnosticeerd zijn voor een bepaald zorgprobleem. Wanneer diagnose bekend is en de cliënt onder behandeling is kunt u dus 'ja' aankruisen.
-
Vraag B24 vraagt of een cliënt te maken heeft gehad met een medicijnincident. De antwoorden betreffen alleen het (onjuist/niet) handelen van medewerkers. Wat moet er ingevuld worden bij B24 als een cliënt zelf heeft vergeten om een medicijn in te nemen?
In de toelichting bij deze indicator staat vermeld dat het gaat om medicijnincidenten die zijn gerelateerd aan de zorgverlener. Incidenten die door toedoen van de apotheek of de cliënt zelf zijn voorgevallen (bijvoorbeeld medicijn niet ingenomen) horen niet bij bovengenoemde medicijnincidenten. Als dit voorkomt kan 'Nee, geen van bovenstaande medicijnincidenten' worden ingevuld.
-
Een diagnose moet gesteld zijn wanneer de cliënt incontinent is en dit dient in het zorgdossier te zijn opgenomen. Moet dit een officiële diagnose zijn van huisarts/specialist of is de machtiging van een huisarts/specialist voor het aanvragen van incontinentiemateriaal ook voldoende als diagnose?
In het handboek vindt u de volgende passage
Het gaat erom dat het soort incontinentie gediagnosticeerd is en dat de diagnose ‘incontinentie’ is vastgelegd in het zorgleefplan. Een NHG diagnose voor incontinentie is opgebouwd uit de volgende onderdelen:- Type
- Omvang
- Impact
- De onderliggende aandoening
- Andere beïnvloedende factoren
Voor een nadere specificatie van de diagnose, onderliggende aandoeningen en andere factoren dient u de NHG standaard ‘Incontinentie voor urine’ van september 2006 te gebruiken. Deze is te raadplegen via nhg.artsennet.nl.
De machtiging van een huisarts/specialist voor het aanvragen van incontinentiemateriaal is in deze niet afdoende.
-
Kan ik ook bij Zichtbare Zorg terecht met vragen over zorginkoop?
Geregeld komen er vragen over de relatie tussen het kwaliteitskader en zorginkoop binnen bij de helpdesk van Zichtbare Zorg. Deze meldingen worden door ons niet in behandeling genomen. We raden u aan deze in eerste instantie te richten aan uw zorgkantoor, uw brancheorganisatie ActiZ (h.oosterom@actiz.nl) of BTN (helpdesk@branchebelang-thuiszorg.nl).
-
Waarom krijgen wij geen ster extra terwijl wij beter presteren dan vorig jaar?
Bijvoorbeeld: Uw instelling heeft hard en succesvol gewerkt aan de behandeling van depressie. Op www.kiesBeter.nl ziet u daar echter niets van terug: u heeft evenveel sterren als vorig jaar. Hoe kan dat?
Het antwoord is als volgt: bij het toekennen van sterren worden individuele prestaties van een zorgaanbieder vergeleken met de gemiddelde prestatie van alle aanbieders in uw sector. De sterren drukken dus een relatieve waarde uit: uw prestaties op een indicator worden afgezet tegen het sectorgemiddelde. De volgende situaties en interpretaties doen zich dan voor:
Meer sterren
Uw instelling krijgt één of meerdere sterren meer dan vorig jaar. In dat geval doet uw instelling het op de betreffende indicator ontzettend goed, want uw prestaties zijn beter dan het sectorgemiddelde, terwijl dat gemiddelde ook al is gestegen.Evenveel sterren
Uw instelling krijgt evenveel sterren als vorig jaar. In dat geval heeft de verbeterslag gelijke tred gehouden met de gemiddelde stijging in de sector op die indicator.Minder sterren
Uw instelling krijgt minder sterren dan vorig jaar. In dat geval ligt uw verbetering onder het sectorgemiddelde (of heeft uw instelling toch minder goed gepresteerd op de indicator).Meer informatie over de sterren vindt u in de brochure "De sterren opnieuw uitgelegd", die u kunt vinden op de pagina Documenten.
-
Wanneer kan ik de gegevens van onze organisatie aanleveren?
Meetbureaus en zorgorganisaties kunnen de meetgegevens over meetjaar 2010 vanaf 16 augustus 2010 aanleveren in de technische landelijke database. Meer informatie hierover ontvangt u via de nieuwsbrief en deze website.
-
Wanneer zijn de gegevens verwerkt?
Binnen acht weken na de uiterste aanleverdatum ontvangt u in een prestatieoverzicht de verwerkte resultaten. In het document 'Van meten tot publiceren' vindt u het hele tijdpad.
-
Hoe komen mijn kwaliteitsgegevens in het JMV?
Zichtbare Zorg levert éénmaal per jaar uw gegevens door aan CIBG. Daar kunt u ze in DigiMV accorderen. CIBG is de instantie die het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording coördineert.
-
Wanneer komen mijn gegevens op kiesBeter?
Aan het begin van elke maand actualiseert kiesBeter.nl zijn website. Hebt u bijvoorbeeld in maart uw gegevens in de ZiZo portal geaccordeerd, dan staan die in april op kiesBeter.nl.
-
Hoe krijg ik een ster in het prestatieoverzicht en op kiesBeter?
De sterren geven uw prestatie ten opzichte van andere instellingen aan. Ze geven dus een relatieve waarde aan. Hoe u een ster of een aantal sterren krijgt, leest u in de brochure "De sterren opnieuw uitgelegd", die u kunt vinden op de pagina Documenten.
-
Waar kan ik wijzigingen van mijn organisatie doorgeven?
U kunt als hoofdgebruiker op de ZiZo-portal van uw concern inloggen en e-mailadressen bewerken. Wijzigingen die u niet zelf kunt doorvoeren, zoals naamswijzigingen, meldt u bij de helpdesk Zichtbare Zorg. Vermeld hierbij altijd de naam van uw instelling, het KvK-nummer, de OE-codes en locatienamen. Wijzigingen van uw organisatorische eenheden geeft u ook aan het IGZ-loket door.
-
Wat kan ik doen als mijn gegevens niet op kiesBeter.nl verschijnen?
Hebt u uw gegevens de vorige maand in de ZiZo-portal geaccordeerd? Hebt u een recente wijziging van uw OE of concern doorgegeven aan de helpdesk Zichtbare Zorg en bij het IGZ-loket? Kloppen alle locatiegegevens uit het abonnement op de VV&T-database - als u dat hebt? Neem contact op met de helpdesk als de uitkomst van bovenstaande vragen nog steeds geen publicatie van gegevens oplevert. Vermeld om welke OE-code en locatie het gaat en de locatiecode uit de VV&T-database.
-
Hoe bereik ik de helpdesk en het IGZ-loket?
De helpdesk Zichtbare Zorg is op werkdagen telefonisch bereikbaar op 070 - 340 69 00 (keuze 2) en via de mail op helpdesk@zichtbarezorg.nl. Het IGZ-loket is bereikbaar op nummer 088 - 120 50 00 en via loket@igz.nl.
-
Is de ZiZo-portal wel echt veilig?
Regelmatig komen er bij de helpdesk vragen binnen over de veiligheid van de ZiZo-portal. Hoe worden ongewenste bezoekers geweerd? Wie kan gegevens zien en wijzigen? Hoe zijn de data beveiligd? Het antwoord op deze en andere vragen kunt u lezen in het document ‘De veiligheid van de ZiZo-portal’.
-
Voor welke ZZP geldt dat er sprake is van lichte zorgzwaarte en dat bij vraag A7 de optie ‘anders’ ingevuld kan worden?
In het verzorgingshuis moet voor de cliënten met ZZP2 en hoger een verpleegkundige bereikbaar zijn die binnen 10 minuten ter plaatse kan zijn. Alleen telefonisch contact is dus niet voldoende. Als het cliënten met ZZP1 betreft hoeft dit niet en wordt de antwoordcategorie ‘Anders, wij bieden zorg aan cliënten met lichte zorgzwaarte…’ aangekruist.
-
Wat wordt bedoeld met vitale functie- en zorgprocessen?
Met vitale functie- en zorgprocessen wordt bedoeld die processen waarop staking ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de cliënt, of de cliënt in levensgevaar brengen. De organisatie dient aan te kunnen tonen dat ze in kaart heeft gebracht welke bedreigingen bestaan die samenvallen met het uitvallen van stroom en daarmee de vitale functie- en zorgprocessen beïnvloeden, en hoe deze opgevangen kunnen worden (bijv. in kwaliteitshandboeken, protocollen e.d.).
-
Bestaat er een minimum of ondergrens voor het aantal cliënten waarbij gemeten dient te worden?
Er is geen minimum voor het aantal cliënten m.b.t. zorginhoudelijke meting. Voor de CQ-meting is een minimum van 10 ingevulde formulieren. Zie voor meer informatie het handboek (te downloaden op de pagina Kwaliteitsindicatoren > Zorginhoudelijke indicatoren).
-
Stel dat een cliënt voor of tijdens de meetperiode in het ziekenhuis ligt, moet deze dan meegenomen worden in de meting?
In het handboek leest u dat een cliënt van de meting moet worden geëxcludeerd wanneer deze minder dan 30 dagen zorg heeft ontvangen. In geval van ziekenhuisopname moet bekeken worden hoe ver de 'periode voorafgaand aan de meting' strekt. Als dit binnen de dertig dagen valt, of wanneer de persoon tijdens het uitvoeren van de meting in het ziekenhuis ligt, mag de cliënt inderdaad worden geëxcludeerd.
