Fase 2: Indicatorontwikkeling

In de tweede fase is het visiedocument geconcretiseerd in meetbare kwaliteitsindicatoren en bijbehorende vragenlijsten. Dit zijn handvatten om de geboden zorg en ondersteuning te vergelijken, te verbeteren en te verantwoorden.

Het Kwaliteitskader onderscheidt indicatoren die iets zeggen over de manier waarop cliënten de zorg hebben ervaren (cliëntervaringsindicatoren) en indicatoren die de professionele kwaliteit meten (zorginhoudelijke indicatoren).

Ontwikkeling van indicatoren
Meer informatie over de ontwikkeling van de zorginhoudelijke indicatoren vindt u op de pagina 'Zorginhoudelijke indicatoren'. Om de cliëntervaringsindicatoren te scoren is de CliëntErvarings-index (CE-index) ontwikkeld, speciaal voor mensen met een beperking. Meer informatie hierover vindt u op de pagina 'CE-index'.

Domeinen en thema's
Beide soorten indicatoren hebben betrekking op acht domeinen die relevant zijn voor iemands kwaliteit van bestaan en op vier meer randvoorwaardelijke thema's.

Acht domeinen (kwaliteit van bestaan):

  1. 1. Lichamelijk welbevinden
  2. 2. Psychisch welbevinden
  3. 3. Interpersoonlijke relaties
  4. 4. Deelname aan de samenleving
  5. 5. Persoonlijke ontwikkeling
  6. 6. Materieel welzijn
  7. 7. Zelfbepaling
  8. 8. Belangen

Vier thema's (randvoorwaarden voor de bijdrage van zorg en ondersteuning aan de kwaliteit van bestaan):

  1. 1. Zorgafspraken en ondersteuningsplan
  2. 2. Cliëntveiligheid: fysiek, sociaal en emotioneel
  3. 3. Kwaliteit van medewerkers en organisatie
  4. 4. Samenhang in zorg en ondersteuning

De indicatoren zijn in 2008 getest in een pilot (zie 'Pilot Kwaliteitskader GZ').

Zie ook

 

Agenda
Er zijn geen agenda items.